


De noorse boskat is een oud ras en moet in oude tijden al bekend zijn geweest,
het is meer dan 500 jaar geleden ontstaan.
Sommige geloven dat het ras zelfs ouder is dan 1.000 of 2.000 jaar.
Noorse boskatten zijn onder verschillende namen bekend n.l. als Noren,
Boskat, Wegie (U.K.), Troll cat (U.K.), Huldrekatt (Noorwegen), Norsk Skaukatt (Noorwegen),
Norkskogkat of Skogkat (Scandinavië).
In de mythen en sagen van Scandinavië speelden ze al een rol.
In enkele verhalen
wordt gesproken over een 'Huldrekat'. Dit zou je kunnen omschrijven als 'boskat met een
volharige staart'.
De enorme kat was een soort boeman waarmee kinderen
bang werden gemaakt.
Hulder was een bosnimf, een bovennatuurlijk persoon die meestal onzichtbaar was maar
in de buurt van mensen leefde en deze was soms zichtbaar als kat.
Er wordt ook wel gezegd dat de Noren huisdieren van de Vikingen waren, die zij van hun reizen
uit vele landen hadden meegenomen. Zij werden waarschijnlijk op de schepen gebruikt
als muizenvangers. (Hierdoor zou het kunnen zijn dat de Noorse boskat een
kruising is tussen Turkse Angora's en de in Scandinavië aanwezige katten.
De Noorse boskat wordt in de Noorse mythologie ook wel sprookjeskat (fairy-cat) genoemd.
In één van de mythen, De dood van Balder, rijdt Freya (de godin van de liefde en
vruchtbaarheid) in een koets getrokken door Skaukatten naar Balders begravenis.
Men geloofde dat ze magische krachten hadden.
Een lange tijd geloofde men ook dat de Noor een mix was tussen de lynx en een kat.
De waarheid is dat de Noor een boerderij kat is geworden. Zij is een goede muizenvanger
en werd bij een boerderij als zodanig gebruikt.
De Noor zoals we die nu kennen, is ontstaan door een
natuurlijke selectie. De overleving in het koude gure klimaat van het noorden zorgde
ervoor dat deze kat groot en sterk werd met lange poten en een watervaste vacht
die niet klit.
Er zijn nog steeds wilde Noren, hun kleur heeft zich aangepast in hun leefomgeving.
Langs de kust met hun grijze en kale rotsen leven voornamelijk zwarte en blauwe Noren.
De gestreepte Noren leven voornamelijk in het midden en oosten van Noorwegen. Zij hebben
daar een perfecte schutkleur. Er zijn daar ook roestrode bergen en
waarschijnlijk komen hier de rode en schildpad kleuren vandaan.
De witte Noren komen waarschijnlijk uit het hoge noorden van Noorwegen waar meer
sneeuw voorkomt op de hoge bergen.
De kleuren kunnen gevarieerd voorkomen.
De eerste Noorse boskat die in Noorwegen bekendheid genoot
was in 1912 'Gabriel Scott Solvaks', vermoedelijk een siver tabby.Het ras was nog niet erkend en
werd in de dertiger jaren sporadisch gefokt. Pas in 1975 werd een werkgroep opgericht
voor de Noorse Boskat.
In 1977 werd het ras pas erkend. Dit was een hele prestatie, omdat het hoofdzakelijk met
beeldmateriaal moest worden bereikt.
Pan's Truls werd het "model" voor de Noorse boskat,
hij word ook wel de stamvader van de noren genoemd.
Zijn uiterlijk werd de standaard van punten die nog steeds geldig is.
Sinds die tijd is het aantal Noorse boskatten behoorlijk gegroeid,
zowel in scandinavië als in het buitenland.